De zeldzame Lakenvelder kent een bewogen geschiedenis die zeker terug gaat tot in de twaalfde eeuw, zo blijkt uit oude geschriften. En een schilderij uit 1430-1450 met als titel ‘The adoriation of the child” toont een rood gelakende os. Bewijzen dat de Lakenvelder al eeuwen lang bestaat, hoewel het ras meerdere malen dreigde uit te sterven.

Aan het einde van de eerste wereldoorlog, in 1918, leek het einde oefening voor de Lakenvelder.  Vee werd massaal geruimd vanwege een turbeculose uitbraak. Het was schoolmeester en publicist Engelbert van Muilwijk die de Lakenvelder redde door een stamboek op te zetten om de overgebleven Lakenvelder fokkers samen te laten werken om het ras te behouden. Op dat moment waren er ongeveer nog slechts driehonderd runderen die enigszins op een Lakenvelder leken. Het aantal raszuivere exmplaren was op één hand te tellen.
Maar in 1931 werd het stamboek weer opgeheven omdat de Lakenvelderfokkers te eigenzinnig waren om vruchtbaar samen te werken. Dat wierp twee decennia later weer een schaduw over het voortbestaan van de Lakenvelder. Want in 1950 werd een rundvee verordening uitgevaardigd die bepaalde dat alleen door een stamboek erkende stieren voor de fokkerij gebruikt mochten worden.

 

Negen jaar later werd deze verordening weer afgeschaft. Maar dezelfde eigenzinningheid waarmee de fokkers destijds het Lakenvelder ras bijna te gronde richtte, was nu de redding voor de Lakenvelder. Er waren namelijk enkele veehouders geweest die stiekem een Lakenvelder stier hadden aangehouden en gebruikt voor de fokkerij.

In 1976  werd de Stichting Zeldzame Huisdierrassen (SHZ) opgericht met als doel zeldzame Nederlandse landbouwhuisdieren in stand te houden door ze te inventariseren en te registreren. Uiteraard kwam de Lakenvelder ook meteen onder de vlag van de SHZ. In deze tijd waren er slechts nog 323 Lakenvelders.
Met de komst van de Fokkersclub voor Lakenvelders, drie jaar later in 1979, nam niet alleen het aantal Lakenvelders toe maar ook de kwaliteit. In 1997 werd de genoemde fokkersclub omgezet in de Vereniging Lakenvelder Runderen (VLR). Deze vereniging heeft een Europese erkenning om een stamboekregistratie te voeren.

Tegenwoordig kent de Lakenvelder een populatie van ongeveer drieduizend dieren.


Een gunstige ontwikkeling voor de Lakenvelder is dat steeds meer biologische melkveehouders overstappen op dit ras, vooral vanwege hun goede omgang met (ruw)voer. De VLR vindt het wel jammer dat geen van de grote natuurorganisaties in Nederland meer Lakenvelders bezit. Toch ziet de VLR de toekomst met vertrouwen tegemoet. Oude rundveerassen zoals de Lakenvelder krijgen binnen de opvattingen over het platteland steeds meer aandacht. Het besef dringt steeds meer door dat cultuurgoed, zoals de Lakenvelder uniek is en behouden moet blijven. Hoewel het een zeldzaam ras blijft, zijn ze regelmatig te bewonderen in de weides rondom boerderijen. Hier grazen ze als ware fotomodellen door het landschap.